Voor mij een nieuw avontuur waar ik veel zin in heb. Bloggen is voor mij een nieuwe manier om dit mooie, vaak toch nog te onbekende beroep meer aandacht te geven en mijn jarenlange ervaring met jullie te delen.
Logopedie is zó veelzijdig en mijn belangstelling breed en dat betekent dat ik in mijn blogcategorieën een keuze moet maken.

Wil je meer weten over een onderwerp en vind je er (nog) geen blog over? Je bent méér dan welkom om mij hierover een berichtje te sturen. Ondanks mijn jarenlange ervaring ben ik niet alwetend, want misschien deel je mijn ervaring: “Hoe meer je weet, hoe meer je ervaart hoe weinig je eigenlijk weet”. Samen met jou wil ik informatieve en hopelijk ook leuke blogs èn vlogs gaan maken!

Blog

Dyslexie behandelen met een methode of juist niet?

Dyslexiebehandelingen volgens een methode of juist niet?

Methodes of niet bij dyslexiebehandelingen? 

Dyslexie behandel je toch volgens methode… ? Dus… aanbod gericht, was het resolute commentaar!   Ik hoor zó vaak de vraag: “Welke methóde gebruik jij?”  “Ken je déze methode al?” of… “De schóól gebruikt deze methode en vraagt of jij dat ook wilt doen.” Als logopedist met een dyslexiespecialisatie voelde ik me vaak in de verdediging gedrukt. Ik moest bijna “bekennen” dat ik die methodes niet gebruikte. “Welke dan wel?” was natuurlijk meteen de volgende vraag. Daarover later meer.

Aanbodgericht werken met kant-en-klare dyslexieprogramma’s

Het was één van de vele aanbod (methode) gerichte dyslexiebehandelaars. Op een onderwijsbeurs al weer enkele jaren geleden….  Ze hadden een stand ingericht tegenover de NVLF (  Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie).  Als logopedist/dyslexiespecialist ging ik ook bij de overburen een kijkje nemen. Trots, zelfbewust en overtuigd van hún beste product op de markt om mensen met dyslexie te begeleiden. Het waren mooie programma’s met een professioneel bijbehorend verkooppraatje.

Vraaggericht werken bij de unieke dyslexieproblematiek

Aanbod gerichte producten met natuurlijk een flinke aankoopprijs. Wat denk je? Ze waren namelijk allemaal goed uitgedacht….! Het lag er vol van.  Verderop hetzelfde verhaal met weer een ánder fantastisch programma! In discussie gaan over het verschil tussen aanbod en vraaggericht werken? Nee, de overtuiging was te groot van het eigen gelijk. En…. eerlijk gezegd aan míjn kant óók. Maar dan wat betreft het vraaggericht werken. Want…. er bestáát volgens mij geen standaard dyslexieprobleem en dus ook géén standaard dyslexieprogramma.

Begeleiding aanpassen aan de hulpvrager 

In het tijdschrift Balans kun je veel artikelen over dyslexie lezen. Dit onderwerp kwam een poosje later ter sprake. (Voor diegenen die het willen nakijken. Even terugzoeken in het september/oktober nummer van 2015!)  “Allerlei factoren hebben invloed op dyslexie en dit leidt ertoe dat de aanpak (steeds meer) aan het individu moet worden aangepast”. Steeds meer? Maar….. dat deed en doe ik toch altijd al, zonder “dè methode?”

“Op maat dyslexiebegeleiding”

Als paramedicus/dyslexiespecialist weet ik niet beter.  Als hulpverlener pas ík me aan en houd ik rekening met de hulpvrager en niet andersom! Dat betekent géén “voorgekauwde” aanbodgerichte behandeling. Zó uit de kast door en voor iedereen te gebruiken. Dit is behalve scholing mijn professionele achtergrond: goed luisteren, observeren, afstemmen en gezamenlijk bereiken we een “aan de vraag aangepaste dyslexie behandeling.”  Het betekent dat ík als hulpverlener me steeds aanpas en oog heb voor (lees) interesses. Gebruikmakend van de informatie van ouders, persoon in kwestie en van alle onderzoeken en daar een “op maat dyslexiebegeleiding” bij zoeken. Het voelde als een erkenning. In Balans (een magazine o.a. over dyslexie) een artikel hierover te zien! Eigenlijk werd met die uitspraak tussen de regels iets gezegd. Die mooie kant- en- klare programma’s sluiten niet aan bij het individu met de specifieke zorgvraag!

Is er dan helemaal géén dyslexieprotocol is? Ja, die is er wèl, want volgens het neutrale protocol vindt er éérst een nauwgezet onderzoek plaats.

Bij basisschoolleerlingen een vermoeden van dyslexie? Begin altijd met een uitgebreide logopedische taaltest. Afgenomen door een logopedist om een onderliggende taalstoornis uit te sluiten. Samen met de schoolgegevens en de informatie van de ouders vormen ze de basis voor verder onderzoek. Dit gebeurt bij voorkeur bij een onafhankelijk in dyslexie gespecialiseerd bureau. Dit bureau komt met conclusies en adviezen. Daarna start een eventuele dyslexiebehandeling elders.

Bij middelbare scholieren een vermoeden van dyslexie? Begin op zijn minst met een afname van een dictee op het schoolniveau type. Maak ook een opname van een paar bladzijde lezen en analyseer nadien de wijze van lezen. Samen met de schoolgegevens en de informatie van de ouders vormen ze de basis. De basis voor een uitgebreid onderzoek bij een onafhankelijk in dyslexie gespecialiseerd bureau. Ook nu komt het bureau met conclusies en adviezen.  Daarna start een eventuele dyslexiebehandeling elders.

Een ónafhankelijk bureau dat zich alléén bezighoudt met onderzoek, diagnostiek en advies rond dyslexie? Ja, want een slager keurt toch ook niet het eigen vlees?

Wil je meer blogs lezen over dit onderwerp?                                                                                    https://www.logopedie-dyslexie-silvia-linssen.nl/wanneer-is-spelling-belangrijk-dyslexie/

Interesse in het magazine Balans? https://www.balansdigitaal.nl/kennis/diagnose-dyslexie/

Lees meer
Invloed van duimen of speen op spraak en gebit

De invloed van duimen of een speentje op de gebitsontwikkeling en de spraak.

De invloed van het duimen of een speentje op de spraak en gebitsontwikkeling. In mijn blog is duimen of een speen een vloek of een zegen?  https://www.logopedie-dyslexie-silvia-linssen.nl/duimen-of-een-speen-slecht-voor-de-taalontwikkeling/   was er aandacht voor de mogelijke gevolgen voor de taalontwikkeling. Deze week de aandacht voor de tongligging en de invloed op de gebitstand, de spraak in het algemeen en de uitspraak. Kortom de verstaanbaarheid.

Met de volgende twee voorbeelden een korte indruk van het werk van de logopedist rond verkeerde mond- en tonggewoonte en de gevolgen voor de spraak.

Voorbeeld 1: Jorg van 3 jaar slappe mond- en tongmotoriek.                                                             

Een paar maanden geleden werd ik gebeld door een moeder met de vraag of ik eens naar haar zoontje van 3 wilde kijken. “Het lijkt erop of hij gaat lispelen. Ben ik te vroeg of kun je er al iets aan doen?” Een paar dagen daarna kwam een wat verlegen jongetje binnen. Praten?  Ja thuis wel, maar niet bij die vreemde mevrouw! Terwijl moeder en ik samen de vragenlijst invulden, speelde hij met wat speelgoed en zag ik een open mondje en een lage tongligging.

Hij had dorst. Kwam dat even goed uit!  Zo kreeg ik ook een indruk hoe hij de bekerrand op zijn tong legde en bij het slikken een soort “speldenkussen kinnetje” maakte. Geen woord gezegd en toch veel informatie gegeven! Een echt officieel onderzoek zoals het protocol eigenlijk voorschrijft, is bij deze leeftijdsgroep niet altijd mogelijk en wenselijk. Dat wil niet zeggen dat je dan geen adviezen en aanpassingen rond het eten en drinken kunt geven. “In stand houdende factoren” kunnen zo al worden afgeleerd. De kans is hierdoor groot dat deze jongen niet gaat lispelen en de stand van het gebit zich op de juiste manier verder ontwikkelt. Met de juiste tongligging en een consequente toepassing van de gegeven adviezen kunnen zijn ouders het lispelen voorkomen.

Voorbeeld 2:  Anne van 5 jaar                                                                                                                         

Een telefoontje van een moeder met een dochter van 5 die lispelt ( de tong komt bij de s en z onder andere tussen de voortanden naar buiten). Ze is daarom niet altijd goed verstaanbaar en ze vindt dat zelf heel vervelend. Ze komen binnen. Een dametje van 5 en al erg bijdehand! Ze kan haar mondje al goed roeren en is voor haar leeftijd behoorlijk ad rem. Helaas voor haar…. Leeftijdgenootjes die het niet van haar kunnen winnen, plagen haar dan met het lispelen, de voortanden die al wat naar voren staan en met het duimen.

Duimen! …. de alarmbellen gaan bij mij rinkelen. Eén van de twee die invloed hebben op spraak en gebit! Mag ik je duimen eens zien?”, vraag ik haar. Feilloos wijs ik haar aan welke duim favoriet is. Ze is zeer verbaasd dat ik dat weet, want ze had nog helemaal niet geduimd…. De afspraak eindigde met een duimkaart met opdrachten om eerst een maand het duimen af te leren. Is ze daartoe in staat en duimt ze niet meer? Dan pas heeft logopedie zin om het lispelen af te leren. “En haar gebit?”, vraagt haar moeder. Gelukkig is dit nog haar melkgebit, maar zelfs al was dat niet het geval dan is de kans groot dat dankzij OMFT veel herstel van de gebitsstand mogelijk is.  Niet iedereen van 5 jaar kan zo consequent en gedisciplineerd met deze therapie aan de slag. In zo’n situatie kun je beter een paar jaar wachten. Geholpen door haar gemotiveerde moeder lukte het deze gemotiveerde kleuter wèl!

Veranderende inzichten dankzij OMFT,  waardoor afwachten tot na het wisselen niet noodzakelijk is. Sinds een jaar of 20 is het tijdstip voor de behandeling van lispelen niet langer een kwestie van vooral wachten tot na de tanden wisselperiode. Dit heeft alles te maken met andere inzichten en therapieën zoals OMFT (oro-myofunctionele therapie).

Over dit onderwerp kun je meer lezen in de blog                                                                                https://www.logopedie-dyslexie-silvia-linssen.nl/logopedie-en-of-…n-welke-volgorde/

Wil je meer informatie of de folder over OMFT ontvangen? Stuur me dan een berichtje op [email protected]

Om privacy redenen zijn de namen van de kinderen verzonnen!

Lees meer

Welke invloed heeft voorlezen op de taal en de woordenschat?

Voorlezen beïnvloedt de woordenschat!
Vriendschap, een mooier thema is er niet voor de kinderboekenweek!

Hoelang heeft voorlezen dan invloed op zijn taal en zijn woordenschat? Was de wedervraag van moeder op mijn vraag: “Blijf je je kind voorlezen?” “Als ze leren lezen in groep 3 hoef ik toch niet meer vóór te lezen?” Telkens weer stel ik de vraag of ouders nog voorlezen. Vooral aan ouders die met hun zoon of dochter bij mij voor hun spraak- en/of taalontwikkeling komen. Te vaak komt het verbaasde antwoord dat hij of zij nu toch zèlf leest!

Haar zoon was op advies van de kleuterjuf door de huisarts verwezen. Reden: een te kleine woordenschat, woord vindings problemen, kortom “hij kon zijn ei niet kwijt en gebruikte dan maar uit onmacht zijn vuistjes”, vertelde de juf. Ze zag in de klas vaak onmacht, frustratie en verdriet bij dit mannetje.

In de passieve woordenschat test zaten ook een paar “technische” plaatjes. Die herkende hij nou net weer wèl! Op mijn verraste vraag hoe hij die woorden kende, vertelde hij trots over het beroep van papa. Hij werd later óók fietsenmaker en nu mocht hij al vaak helpen in de werkplaats achter de fietsenwinkel.

“Voorlezen? Jee, wanneer dan?” Daar hadden zijn ouders met hun bedrijf geen tijd voor. Gepraat werd er des te meer…… over van alles wat met fietsen te maken had!

Woordenschat en taal verrijken via het voorlezen. Het is een andere taal dan de gesproken taal. Vaak ook met iets langere zinnen dan wat je in je gesprekken je kind aanbiedt. Wat je eraan hebt in je latere leven, het verrijken van je fantasie en inlevingsvermogen….  Er zijn veel voordelen op te noemen. Je woordenschat en zinsbouw vergroten kan natuurlijk ook later als je zèlf leest….

Àls jezelf leest! “Jong geleerd is oud gedaan”, luidt het spreekwoord. Je moet er dan wel mee in aanraking komen. Je ouders, de juf zien lézen en zíen dat ze daarvan genieten! Dat nodigt uit en is heel stimulerend om zelf ook te gaan lezen.

De inhaalslag maken en kinderen met een taalvoorsprong voorbij gaan. Ik zie het regelmatig gebeuren. Kinderen van talige ouders die te vroeg stoppen met het voorlezen en zo die voorsprong in een snel tempo laten verdwijnen.

Die voorsprong in taal en woordenschat verdampt helemaal als hun kind dyslectisch blijkt te zijn. Sterker nog…. ze worden door lezende kinderen met een oorspronkelijke taalachterstand uiteindelijk voorbij gegaan. Het taalniveau van het technisch lezen is minder rijk en stimulerend dan hun spreekniveau op dat moment. Ze zijn nog in de léren lezen fase en lopen nu zonder aanmoediging vast. Hoe beter je iets beheerst, hoe leuker het wordt en dat geldt óók en vooral voor lezen! Pas vanaf een bepaald niveau léér je nieuwe woorden en verrijk je je kennis door te lezen. Je bent van lézen leren in het stadium van leren door te lezen gekomen!

Blíjven voorlezen minimaal tot groep 7 of nog langer als je kind dyslectisch is of het gewoon leuk vindt. Zo voorkom je de verdamping van de voorsprong die je als kleuter had opgebouwd. Zo stimuleer je ook bij kinderen met dyslexie de woordenschat, de taal, de fantasie en het inlevingsvermogen.

Aan leuke en nieuwe boeken geen gebrek! Ook deze kinderboekenweek die in het thema staat van vriendschap!

Míjn favoriete klassieker was en ís nog steeds het tijdloze boek Pluk van de Petteflet. Als je benieuwd bent met wie je allemaal bevriend kunt worden, moet je beslist dit boek (voor)lezen!

Wil je meer weten over de kinderboekenweek?

Veel inspiratie kun je vinden op o.a.

https://www.kinderboekenweek.nl/

https://www.rianvisser.nl/kinderboekenweek/

Ben je benieuwd naar mijn andere blogs over taal en woordenschat?

https://www.logopedie-dyslexie-silvia-linssen.nl/vergroot-woordenschat-en-stimuleer-kleutertaal-in-vakantietijd/

 

Lees meer
Duimen of speen slecht voor taalontwikkeling?

Duimen of een fopspeentje, is dat nou een vloek of een zegen?

Een duim of een speen…. een vloek of zegen voor de taalontwikkeling? Is het slecht voor de taalontwikkeling? Eigenlijk dienen ze hetzelfde doel.  Wat vind jij, is het nou schadelijk of juist goed?  Dit vroeg ik op mijn FB pagina. De antwoorden varieerden:

“De man die de fopspeen heeft uitgevonden, verdient de Nobelprijs voor de vrede”

“Ik ben hier erg benieuwd naar. Ik denk zelf dat het niet schadelijk is anders zouden ze toch geen spenen verkopen?”

“Bij onze kids hebben we ze het eerste jaar een speentje gegeven. Nu zijn ze 13 en 16 jaar en ze hebben er niks aan over gehouden.”

“Ik heb nooit geduimd, maar toch heb ik een tandstand die doet vermoeden dat…”

“Ik heb jáááren geduimd, maar het had geen invloed op mijn spraak o.i.d.”

 

Een zegen? Ja óók als logopedist moet ik eerlijk bekennen dat die speen een zegen was.  Die Nobelprijs….? Ik kan me er veel bij voorstellen.  Twee en een halve dag na zijn geboorte kwam een bevriende collega op kraamvisite. Zij kende mijn mening over speentjes!  Vastberaden meldde ik haar  dat die speen er wat mij betreft niet in ging!! De speen die ik als treitercadeautje had gekregen van een vriendin. Ons stemvolume paste zich al automatisch aan de forse stemcapaciteiten van de pasgeborene aan. Manlief werkte alweer, maar nog wel even thuis om toch vooral niets te missen. Opeens was ze getuige van een getergde jonge vader die binnenkwam. Resoluut verwisselde de speen van eigenaar en….. het werd opeens opmerkelijk stil.

Die speen…… hij kreeg vele opvolgers in diverse  kleuren ondanks mijn bezwaren als logopedist. Het schuldgevoel  werd in slaap gesust door een stemmetje. Het stemmetje dat me vertelde dat ik een geduldigere ( lees: betere en lievere)  moeder zou zijn als ik ook aan de lieve vrede en nachtrust in huis dacht!

De tweede telg pakte direct als vanzelfsprekend zijn duim. Het duimpje dat onverstoorbaar werd gebruikt als hij wilde slapen. De duim als troostende bondgenoot als broertje in de auto ging plagen. De duim die vacuüm gezogen werd waardoor ik hem – als wij zelf naar bed gingen- er niet uit kreeg. Zó stevig verankerd dat ik daarmee een jongetje rechtop in bed kreeg als eraan getrokken werd. Tot zover dus de zegen, maar……

Nu die vloek….. als…..

het duimen en vooral de speen een gewoonte blijft na het derde levensjaar

de flesjes na het eerste jaar niet worden vervangen door een beker

kinderen ook overdag te pas en te onpas op een speen zuigen en dus niet spreken 

“Mijn kind heeft nou eenmaal een enorme zuigbehoefte”, was het excuus van de moeder. Ze kwam met haar peuter van 3 mèt speen op de eerste afspraak. Verwezen door het consultatiebureau. Hij begreep alles, maar het spreken kwam maar niet op gang en ook de tongligging leek nog erg op die van een zuigeling. Zíj werd verwezen, maar hoevéél kinderen zie ik overdag in winkels met een speen? Het volgende tafereeltje komt daarbij veelvuldig voor. Moeder praat tegen haar kind en kind mompelt met speen in de mond wat terug of zuigt nog een beetje harder op de speen. “We begrijpen elkaar zo óók wel.”  “Waar maken jullie je toch druk om!” “Hij is nog zo klein!” Allemaal argumenten om het in stand te houden.

Hoe pak je dit aan? Ik weet uit ervaring hoe dramatisch het afscheid van een speen kan zijn. Ook hoe het toeval tijdens een logeerpartij ons daarbij uiteindelijk hielp. Hardvochtig? Tja…. wat weegt voor jou het zwaarst? En… soms maken “zachte heelmeesters héél stinkende wonden”, is mijn ervaring.

Terug naar het kind met de onafscheidelijke speen en zijn moeder.  Een duim of speen overdag slecht voor de taalontwikkeling?”Hoe laat ik haar in haar waarde als moeder en probeer ik haar toch inzicht te geven in oorzaak en gevolg?” Ik stelde voor om met hem een spel te gaan doen en zijn taal te observeren. In een “of vraag “ vroeg ik hem welke van de twee spellen we zouden spelen. Ik verstond hem dankzij de speen niet en reageerde niet op zijn gebarentaal. Ik koos daarom voor hém! Dàt werd hem te gortig en hij haalde verontwaardigd de speen uit zijn mond. Ik beloonde direct de nog onverstaanbare taaluiting die volgde. We kozen zijn favoriete spel! Adviezen volgden over het afbouwen van het speentje en we maakten een vervolgafspraak. In no time kwam het actief spreken op gang!

Gewoontevorming en gedachtepatronen. Wie heeft daar géén last van? Soms is een spiegel voorhouden voldoende. In het geval van dit jongetje was het voor beiden meteen duidelijk en kon de taaltherapie beginnen!

 Heb je een dergelijke ervaring en wil je reageren? Dat kan via [email protected] of  op mijn FB pagina op woensdag  26 september als deze blog aandacht krijgt.

Wil je meer lezen over taalstimulering en de woordenschat vergroten bij peuters en kleuters?

https://www.logopedie-dyslexie-silvia-linssen.nl/vergroot-woordenschat-en-stimuleer-kleutertaal-in-vakantietijd/

 

Vanwege de start van de kinderboekenweek volgende week woensdag een blog over voorlezen.

De blog over het effect op de gebitsontwikkeling en de spraak volgt een week later!

 

 

 

Lees meer
vroege logopedische intereventie

Hoe belangrijk is vroege logopedische interventie voor de algemene ontwikkeling?

Het belang van vroege logopedische interventie voor mijn kind. 

Een moeder van een kind dat bij mij logopedie had, stuurde dit bericht een aantal jaar geleden spontaan naar mij. Aanleiding: de zorgverzekeraars hadden samen met de toenmalige minister van welzijn en gezondheid een onzalig plan bedacht om voor elke behandeling logopedie €10,00 eigen bijdrage te vragen bovenop de premies! Gelukkig belandde dit onverantwoorde proefballonnetje in de prullenbak!

Lees hieronder de ervaring van een moeder met haar kind.                                                       

“Toen mijn zoon ± drie jaar was, had hij problemen met zijn oortjes. Na wat medische ingrepen kon hij weer voldoende horen, maar hij had nog niet leren praten. Met de “vroege” begeleiding van de logopedist heeft hij van bijna uit het niets leren praten. Met een grote woordenschat die ik daarvoor niet voor mogelijk had gehouden.”

“Mijn zoon bleek autistisch te zijn en kwam op het speciaal onderwijs.”  “Omdat hij erg zacht praatte en moeilijk uit zijn woorden kwam, vond de school het nodig dat hij weer naar logopedie ging. Daar werd na een uitgebreide logopedische test direct de vinger op de zere plek gelegd. Mogelijk is er sprake van ernstige dyslexie.”

Adviezen en steun.  “Ze gaf adviezen en steun. Adviezen op het gebied van betrouwbare vervolg onderzoeken elders. Ik voelde haar steun bij het inhalen van veel schoolniveaus in een paar jaar tijd. Van het niveau halverwege groep drie een heel eind opgeschoten richting de voor zijn leeftijd (groep 6) normale niveaus. Hij is nog zeker niet op schema, maar zonder logopedie en zonder die vroege logopedische interventie was hij nooit gekomen waar hij nu is.”

“Logopedie is zeer belangrijk gebleken in het leven van mijn zoon.Het perspectief is dat hij nu beter gaat scoren in het onderwijs dan hij anders gedaan had, want alleen op intelligentie had hij het niet gered”.

Deze ervaring geeft weer wat logopedie ook voor de schoolcarrière van kinderen van uiteenlopende leeftijd kan betekenen. Zonder een goede basis taalvaardigheid wordt het moeilijk om je op school staande te houden. Begrijp je de opdrachten niet, dan kun je ze ook niet maken. Dit knaagt aan je zelfvertrouwen en dus aan een onbezorgde schooltijd. Heb je bijvoorbeeld ten gevolge van terugkerende gehoorproblemen veel (omgevings)taal gemist in je taalgevoelige ontwikkelingsperiode? Dat haal je niet zomaar in. Zonder logopedische interventie is de kans groot dat je steeds tegen een achterstand blijft aankijken. Een achterstand die je terugziet in de zelfredzaamheid, maar ook in het taal- en rekenniveau. Uiteindelijk zie je het terug in het advies voor het voortgezet onderwijs, een eventuele studie en het beroep.

Heb je zo’n ervaring en wil je die delen, of heb je vragen? Mail gerust naar [email protected]

 

Wil je meer lezen over wat je zelf kunt doen aan de taalontwikkeling van je kind? Lees de blog en de bij behorende adviezen op mijn FB pagina. ( dat laatste vanaf 30 juli 2018 7 maandagen lang!)  https://www.logopedie-dyslexie-silvia-linssen.nl/vergroot-woorden…-in-vakantietijd/ ‎

 

 

Lees meer
Hoe leer klankproevend van AA tot P liplezen bij slechthorendheid?

Hoe leer je klankproevend liplezen van AA tot P als je slechthorend bent?

“Tussen AA en P” heette het boek.  Of we de kenmerken van alle Nederlandse klanken wilden leren voor het tentamen articulatorische fonetiek. Waarom? Dat zouden we nodig hebben bij spraakafzien/ liplezen,  spraakontwikkeling of bijvoorbeeld bij het vak stotteren. Het was in mijn eerste jaar op de toenmalige HBO opleiding Logopedie en Akoepedie in Eindhoven.

Hoe leer je dat “even” ? De moed zonk me in de schoenen. “26 letters heeft het alfabet”…. Zó gaat het refrein van een abc liedje dat leerlingen van groep 3 zingen. Ook NT2 studenten gebruiken het vaak om de letters van ons alfabet te onthouden. Maar…. die 26 letters kunnen we óók nog eens combineren. Dan zijn het er dus veel méér en hoe máák je ze? Met je lippen of je tong en spelen je kaken ook een rol? Zitten ze als klank achter of vóór in je mond? Wat is de stand van je kaak en van je lippen en….. Daar sta je toch nóóit bij stil als je praat? Ik vreesde nooit meer onbevangen pratend mijn mond open te doen.

“Later ben je me dankbaar dat je alles moest leren eten” of de variant ”Kennis is licht te dragen”. “Die klanken kennis en klinker driehoek komt jullie nog vaak van pas”.  Uitspraken van mijn ouders en de laatste van die leraar fonetiek. Destijds wilde ik die natuurlijk niet  hóren. Maar toch…hoe vaak ík die kennis in de rest van mijn logopedisch en taaltrainers bestaan al heb gebruikt!

Terug naar de articulatorische fonetiek (het woord alleen al). Al snel realiseerde ik me dat ik al die feitjes rond al die klanken nóóit zou onthouden. Ik bedacht voor mezelf een methode. Waarom draai ik het niet om?  De klank hardop klankproeven en “ervaren en horen” wat ik daarbij doe met mijn mond. Verwoorden van die ervaring en controleren of het klopt met de inhoud uit het boek. Ook hier weer zo’n moment van een flashback. De triomfantelijke stem van mijn moeder als ze onze uitspraak corrigeerde. “Op zuiver spreken volgt….jawel zuiver ofwel foutloos schrijven.” Geen dialectische invloed betekent dus in dit geval dat het voor mij opeens wel “appeltje eitje” was!

Nog steeds gebruik ik die ooit als ballast ervaren kennis van “tussen AA en P”. Net als de eveneens verfoeide klinker driehoek bij de cursussen spraakafzien.  Trouwens, bij dyslexie èn bij de NT2 lessen komt deze kennis ook van pas! Bij spraakafzien helpt het om al meepratend te klankproeven en zo te ontdekken welk woord er nu toch gezegd wordt. Door mee te doen met wat een spreker zegt, herken je als het ware de klank en het woord. In de andere voorbeelden geeft het inzicht. Hoe je die letter nu eigenlijk maakt, leer je door te “proeven”. Bij mensen die Nederlands op een latere leeftijd leren, helpt het vaak als ze zien hoe onze twee klinker klanken beginnen en eindigen. De “oh, zó maak je dus die lastige ui”, heb ik al geregeld gehoord.

Heb jij óók zo’n ervaring uit je jeugd of studietijd?  Ontdekte je later dat die goedbedoelde opmerking of taak uiteindelijk heel waardevol bleek? Je reactie vind ik altijd leuk en inspirerend! [email protected] of gewoon op mijn Facebookpagina.

Wil je meer lezen over slechthorendheid, spraakafzien of zoek je een gespecialiseerde logopedist in je woonplaats? https://www.ggmd.nl/

Wil je andere blogs lezen over spraakafzien? https://www.logopedie-dyslexie-silvia-linssen.nl/humor-weg-bij-slechthorendheid/

Lees meer